Op 13 maart 2026 organiseerde De Vierde Golf een symposium ... Lees meer
Nieuws / media
-
-
Verslag “Presentatie OORLOGSMYTHEN”, ongewenste opstellen door Ewald Engelen, 24 feb 2026
Precies vier jaar geleden begon de oorlog in Oekraïne. Nieuwe ... Lees meer
-
Verslag: “Democratie of Lobbycratie?” Vierde Golf Dialoog, 15 oktober 2025
Macht, belangen en de zoektocht naar transparantie. Woensdagavond 15 oktober ... Lees meer
-
In Covid’s Wake, symposium Universiteit Utrecht, 17 oktober 2025
Marc van Bijsterveldt, 18 oktober 2025 Symposium met Stephen MacedoIn ... Lees meer
-
De Vierde Golf onderzoekt academische vrijheid
Financiële, politieke en institutionele belangen spelen een steeds grotere rol ... Lees meer
-
OPROEP: BRENG DE POLITIEK DICHTER BIJ DE BURGER
Oproep aan de politieke partijen voor hun verkiezingsprogramma’s voor de ... Lees meer
-
Boekpresentatie van ‘Coronasporen. Verhalen uit een samenleving onder druk’ 5 juni 2025, Antropia, Driebergen
Een bezoeker van de boekpresentatie liet ons na afloop dit ... Lees meer
-
Persbericht: De Vierde Golf wil met boek ‘Coronasporen’ op basis van open dialoog polarisatie tegengaan
Op initiatief van vereniging de Vierde Golf is de 240 ... Lees meer
-
Lezing: Dr. Jona Walk – Radicale dialoog in de strijd tegen censuur
Verslag door Kirsten: Georganiseerd door Uit je QRitisch in Nijmegen, ... Lees meer
-
Verslag: film vertoning Russians at War 25 Maart 2025
In de loopgraven van de vrede – Russians at War ... Lees meer
Verslag “Presentatie OORLOGSMYTHEN”, ongewenste opstellen door Ewald Engelen, 24 feb 2026

Precies vier jaar geleden begon de oorlog in Oekraïne. Nieuwe woorden als ‘sneuvelbereidheid’, ‘defensiegereedheid’, ‘noodpakket’ en ‘vrijheidsbijdrage’ zijn sindsdien doodnormaal geworden, net als promotiecampagnes voor het leger en weerbaarheidstrainingen op scholen. In de media kregen talloze defensiespecialisten ruimschoots gelegenheid om te melden “dat we ons op oorlog moeten voorbereiden”. Defensiebudgetten zijn verveelvoudigd.
In zijn boek ‘Oorlogsmythen. Ongewenste opstellen’ onderzoekt UvA-hoogleraar en publicist Ewald Engelen de oorlogsretoriek en de achtergronden van de oorlog. Hij vraagt zich af wat de staat is van onze democratie, het publieke debat en de media nu zij een militaristische moraal hebben helpen normaliseren.
Na een inleiding gaat Engelen over zijn boek in gesprek met filmmaker Lidija Zelovic, journalist Frank Mulder en schrijver Marian Donner, en de zaal.
Wat volgt is een ongemakkelijk gesprek over propaganda, angst en verantwoordelijkheid — en over de vraag hoe we kunnen zorgen dat het dominante narratief bevraagd wordt.
Verbazing, verbijstering en grote zorg
Ewald Engelen opent de avond met een mengeling van diepe verbazing, verbijstering zelfs, en grote zorg. Hij beschrijft hoe hij decennialang zonder veel problemen kritische stukken publiceerde — over de financiële crisis, de eurocrisis, coronabeleid — maar dat dit de afgelopen vier jaar drastisch is veranderd. Zijn boek Oorlogsmythen bestaat grotendeels uit teksten die niet meer geplaatst werden in gevestigde media. Dat alleen al is voor hem een symptoom van iets groters: een verschraling van het publieke debat. Maar zijn diepste zorg gaat veel verder. “We zijn nu vier jaar verder in een oorlog die in mijn ogen onnodig, zinloos en uiterst gewelddadig is. En waarbij de dominante reactie van de regeringsleiders in Europa niet bestaat uit pogingen tot diplomatie, maar juist uit het frustreren en blokkeren daarvan. En uit escalatie en bewapening.”
Het vergeten onderscheid: wat is vrede eigenlijk?
Engelen verwijst naar een conceptueel onderscheid dat zelden nog expliciet wordt gemaakt: dat tussen negatieve en positieve vrede, zoals omschreven in “The Lost Peace: How the West Failed to Prevent a Second Cold War” van Richard Sakwa, en in de jaren ’60 al neergezet door de Noor Johan Galtung. Negatieve vrede — de dominante logica vandaag — betekent simpelweg de afwezigheid van open oorlog. Het is een toestand van gewapende paraatheid, gebaseerd op afschrikking en machtsbalans. Het idee daarachter is oud en hardnekkig: staten zijn potentiële vijanden, en alleen militaire kracht houdt de vrede in stand. Maar die vorm van vrede is niet alleen extreem kostbaar — ze is ook instabiel. Zodra één partij denkt militair voordeel te hebben, ontstaat de verleiding om toe te slaan.
Daartegenover staat positieve vrede: een veel ambitieuzer, maar ook kwetsbaarder concept. Het vraagt om “strategische empathie”. “Je moet de ander leren zien als een actor met dezelfde rationaliteit en emoties als jij.” Dat betekent niet dat je het eens bent met de ander. Maar wel dat je probeert te begrijpen hoe de ander tot zijn handelen komt — en dat je diens veiligheidsbelangen serieus neemt.
Het is een ongemakkelijke gedachte in een tijd waarin politieke communicatie juist draait om vereenvoudiging en moralisering.
Van tegenstanders naar vijanden
Wat opvalt de afgelopen vier jaar, is hoe politieke tegenstanders worden afgeschilderd als existentiële vijanden. Engelen beschrijft hoe dit de stap naar de onderhandelingstafel alleen maar moeilijker maakt.
Journalist Frank Mulder wijst op de aantrekkingskracht van morele helderheid: “Het voelt gewoon heel lekker om te weten dat jij bij de goeden hoort.” Dat verlangen naar duidelijkheid — goed versus kwaad — is menselijk. Maar het heeft een prijs. Het maakt het moeilijk om nog te luisteren, te twijfelen, of complexe realiteiten onder ogen te zien.
Mulder waarschuwt ook voor een spiegelbeeld binnen kritische kringen: “Het voelt heel lekker om te zeggen dat wij de goeden zijn en zij de dommen van het systeem.” Met andere woorden: ook kritiek kan verharden tot een nieuw wij-zij-denken.
Een debat zonder tegenspraak

Misschien wel de scherpste kritiek van de avond richt zich op media en kennisinstellingen. Volgens Engelen vervullen zij hun rol als kritische tegenmacht steeds minder. “Het is een cluster van politiek met een heel ecosysteem van denktanks, universiteiten en media die allemaal hetzelfde verhaal vertellen.” In plaats van machthebbers kritisch te bevragen, reproduceren zij vaak dezelfde aannames en frames. Vragen die gesteld zouden moeten worden — over belangen, motieven, alternatieven — blijven uit.
Engelen geeft een concreet voorbeeld: incidenten rond Russische vliegtuigen die het luchtruim zouden schenden. “Wat er niet bij verteld wordt, is dat dit soort incidenten al tientallen keren zijn voorgekomen — en dat wij hetzelfde doen.” Volgens hem wordt context weggelaten, waardoor een eendimensionaal beeld ontstaat dat angst en urgentie versterkt. “Een professionele journalist hoort de macht kritisch te bevragen, zeker als de macht extreem domme dingen doet. Maar dat gebeurt niet.”
De ervaring van iemand die het al heeft meegemaakt

Filmmaker Lidija Zelovic brengt een ander perspectief in: dat van iemand die oorlog van dichtbij heeft meegemaakt, in voormalig Joegoslavië. Haar bijdrage is misschien wel de meest indringende van de avond. “I’ve been here. I’ve been through your future.” Wat zij herkent, is niet zozeer de oorlog zelf, maar de aanloop ernaartoe. De simplificatie van complexe conflicten tot morele tegenstellingen. De rol van media. De groeiende onmogelijkheid om afwijkende geluiden te laten horen. “Vanaf het moment dat je alleen nog maar in goed en kwaad spreekt, is er geen weg terug.”
Ze beschrijft hoe moeilijk het was, toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, om in Nederland zelfs in intellectuele kringen ruimte te vinden voor nuance: “Het was onmogelijk om te zeggen dat het verhaal misschien simpeler werd gemaakt dan het was. Alle Nederlanders waren het niet met mij eens, en alle Joegoslaven waren het wel met mij eens dat dit echt een enkeltje hel is”. En: “Het zijn allemaal lieve, goede mensen. Maar het systeem werkt zo.”
Die combinatie — goede intenties binnen een systeem dat complexiteit afvlakt — maakt het des te moeilijker om het tij te keren.
Angst als motor
Angst is een terugkerend thema in het gesprek. Niet alleen als reactie op reële dreigingen, maar ook als kracht die actief wordt geproduceerd en versterkt. Zelovic verwoordt het simpel: “Wat je voedt, dat groeit.” Eenmaal op gang gebracht, heeft angst de neiging zichzelf te versterken. Historische beelden, mediaverhalen en politieke retoriek grijpen op elkaar in, waardoor een steeds sterker vijandbeeld ontstaat.

Schrijver Marian Donner plaatst dit in een breder kader: “De dreiging krijgt voorrang, en daardoor kijken we niet meer naar oorzaken.” Volgens haar is dat geen toeval, maar onderdeel van het kapitalistische systeem dat gebaat is bij voortdurende spanning en mobilisatie. Donner haalt aan hoe filosoof Marcuse dat in de jaren ’60 beschreef in zijn boek ‘De eendimensionale mens’, “het is een technologisch productieapparaat dat gevoed moet worden — en oorlog hoort daarbij.”
De prijs die we betalen
Intussen heeft het beleid concrete gevolgen. Niet alleen geopolitiek, ook sociaal en economisch. Engelen wijst op de enorme stijging van defensie-uitgaven in het recente coalitieakkoord en het totale gebrek aan debat daarover. “De vraag of er überhaupt wel een rekening is, wordt niet gesteld.” Die rekening wordt uiteindelijk betaald door burgers, via hogere zorgkosten of bezuinigingen elders.
En er is nog een minder zichtbare prijs: de kwaliteit van het publieke debat. “Het tast de democratie aan. Omdat de vragen niet meer gesteld worden.” Zonder kritische vragen ontstaat slechte besluitvorming — en dat kan in dit geval enorme consequenties hebben.
Zijn we nog in staat tot twijfel?
Wat deze avond vooral blootlegt, is een dieper probleem: het verdwijnen van twijfel. Niet omdat mensen dom of slecht zijn — integendeel. Juist omdat ze betrokken zijn, bezorgd, en op zoek naar houvast. Maar in die zoektocht kan iets verloren gaan: de bereidheid om het eigen verhaal ter discussie te stellen.
Engelen eindigt met een reeks vragen: “Is het gevestigde denken zo broos? Is de angst voor verlies van controle zo groot? Is het vertrouwen in onze eigen redeneerkracht zo klein?” Het zijn geen retorische vragen. Ze raken aan de kern van wat een democratische samenleving zou moeten zijn.
Vrede als oefening in complexiteit
Misschien is de belangrijkste conclusie van de avond wel dat vrede begint met denken. Met het vermogen om meerdere perspectieven tegelijk vast te houden. Om angst te erkennen zonder erin te verdwijnen. Om de ander niet meteen te reduceren tot vijand. En misschien wel het moeilijkste: om te blijven praten.
Niet omdat dat alles oplost. Maar omdat het het enige is dat voorkomt dat we volledig vastlopen in ons eigen gelijk. In een tijd waarin oorlogstaal steeds normaler wordt, is dat geen zwakte. Het is een vorm van verzet. Of, zoals iemand in de zaal het samenvatte:
“Misschien is praten wel het meest radicale wat we nog kunnen doen.”