Nieuws / media

Dwars op het nieuws 8 juli 2026

8 juli 2026 – Reflectie op de verhoren door de Parlementaire Enquêtecommissie van Maurice de Hond en Mona Keijzer


In een gezamenlijk evenement van Dwars op het Nieuws en de Vierde Golf in de uitverkochte zaal van het Nutshuis Den Haag keek Marianne Zwagerman met haar gasten terug op de verhoren.
Motto van het eerste deel met Mona Keijzer, Renske Leijten en Martijntje Smits: ‘Hoe de politiek ons in de steek liet’, en van het tweede deel met Maurice de Hond, Armand Girbes en Jona Walk: ‘Waarom was er geen ruimte voor tegengeluid?’


Hoe de politiek ons in de steek liet
Enkele opvallende fragmenten van de uitwisseling over Hoe de politiek ons in de steek liet met Mona Keijzer, Renske Leijten en Martijntje Smit.


Over de democratie in de coronatijd:
Mona Keijzer: de democratische rechtsstaat heeft glorieus gefaald, door een technocratisch beleid: het vasthouden aan modellen, waardoor de normale ‘checks and balances’ steeds leidden naar een fuik van beperkende maatregelen.
Renske Leijten: In elk geval heeft de democratie gefaald. Een politiek besluit hoort te worden genomen na zorgvuldige afweging; dat gebeurde tijdens corona niet. Geen veelstemmigheid, geen toetsing tussendoor, het was meteen stemmen (iedereen zat thuis) onder grote druk terwijl degenen met een ander geluid werd beschimpt.


Over technocratie en grondrechten:
Mona Keijzer: De vraag was of de overheid zo ver in het leven van burgers mag treden en grondrechten aantasten. Het antwoord is nee; wat Martijntje Smits beaamt: De democratie heeft de politieke grondrechten (zoals het recht van samenkomst) nodig om goed te kunnen functioneren. Als een paar mannen samen in een kamertje besluiten gaan nemen, is de plurariteit verdwenen.
Martijntje Smits: Den Haag gaat kapot aan modellen, of het nu over stikstof gaat of over de Toeslagenaffaire. De modellen zijn leidend, en de praktijk van erover mogen liegen blijft in stand. Technocratie werkt depolitiserend omdat het de macht onzichtbaar maakt: het lijkt alsof de experts leidend zijn, maar de experts zeggen dat niet zij maar politici besluiten.
Hoe los je dat op? Die zich verstoppende macht moet naar voren gehaald en bevraagd worden; daarmee verzwak je de technocratie.
Mei 2020 (na de eerste golf) spande zij een rechtszaak aan toen een bijeenkomst over mensenrechten werd verboden. De rechter vond dat het maar via Zoom moest – maar dat geeft een heel andere dynamiek geeft dan fysiek samenkomen. Het Recht op Vereniging is een essentieel grondrecht voor de democratie: mensen die samenkomen voor een gemeenschappelijk doel.
Daarbij komt nog dat crisismaatregelen nooit langer dan enkele weken zouden mogen duren.
Ze staat ook stil bij de rol van de media toen: die functioneerden niet. In plaats van de overheid te bekritiseren, gingen journalisten de critici van de macht bekritiseren.


Over de rol van de NCTV:
Renske Leijten vond het opmerkelijk om tijdens de verhoren over de rol van de NCTV te horen: zij legden de maatregelen in een winkelmandje, de Kamer moest afstempelen en zo raakten we gedurende anderhalf jaar in een fuik. Het is bekend dat er grote verschillen in functioneren van de diverse ministeries zijn. Op het moment dat een crisisorganisatie als de NCTV de penvoerdersrol krijgt, komt er een politiecultuur mee, met een militaire aanpak, met marsorders. Dat leidde tot een constructie waarin democratische besluitvorming onmogelijk was, en de Tweede Kamer niet anders kon dan ja-zeggen. Heel anders dan wanneer daar bijvoorbeeld het Sociaal Cultureel Planbureau voor deze rol in het beleid gevraagd was. Dit bestrijdt Mona Keijzer: iedereen kan altijd een eigen keuze maken. Het draait meer om de noodzaak van een veel bredere afweging van gezondheid dan in de coronatijd plaatsvond. Macht wordt je door anderen gegeven, zegt zij. We waren er allemaal bij. Afgelopen jaren zijn wetten en regels aangepast op basis van wat er in de coronatijd gebeurd is, dus als die niet veranderen zitten we bij een volgende crisis opnieuw in de problemen. En bedenk dat er door de machthebbers niet is stilgestaan bij de mensen die het minder goed voor elkaar hebben dan zijzelf zoals grote gezinnen in portiekwoningen in de grote steden. Toen zij bij Op1 opkwam voor de jongeren die elkaar op straat opzochten, werd daar schande van gesproken. Renske Leijten sluit daarbij aan met de paniekberichten van de Toeslagenouders met wie zij contact onderhield.


Over de verhouding overheid – burgers:
Probleem is dat er vanuit de illusie van maakbaarheid door de burgers te veel wordt verwacht van de overheid. En de overheid moet juist meer vertrouwen aan de burgers geven: die hielden in de coronatijd hun eigen kwetsbare dierbaren heus wel in de gaten.
Alle vier tafelgenoten zijn het met Renske Leijten eens dat het helpt met elkaar in gesprek te gaan en over die verdeling in links en rechts heen te stappen als het erop aankomt.


Over het nut van de Parlementaire Enquête:
Enerzijds een zegen dat vanuit de volksvertegenwoordiging iedereen in het openbaar bevraagd mag worden. Anderzijds wordt geconstateerd dat de gestelde vragen erg procedureel zijn, en het systeemprobleem niet naar voren komt. De systeemvraag gaat over de verstopte macht van de technocratie en dat is veel breder dan corona.
Een voorbeeld is de veelgebruikte ‘code zwart’ door de beleidsmakers. Mona Keijzer vertelt hoe ze zich daarin verdiept had en collega-politici had opgeroepen dat ook te doen, en bijvoorbeeld Armand Girbes uit te nodigen om zijn ervaringen uit de IC-praktijk in te brengen. Het gebeurde niet, de modellen bleven leidend en er zou 2G ingevoerd gaan worden. De mobilisatie van burgers met de petitie Onverdeeld Open (binnen no time 900.000 handtekeningen) heeft dat helpen voorkomen. Actie helpt, zolang het maar genoeg mensen op de been brengt (zoals destijds met de actie van Renske Leijten ook voor de Thuiszorg bleek). Een brede coalitie vormen heeft zin: waar je qua politieke kleur uit elkaar lijkt te liggen, vind je op straat heel gauw gedeelde belangen. Zie ook hoe Marianne Zwagerman en Martijntje Smits elkaar vonden in hun gedeelde strijd voor de grondrechten.


Over het beeld van wetenschap:
Tijdens de crisis kwam er van meet af aan een volstrekt naïef beeld van wetenschap naar voren volgens Martijntje Smits, met het geloof dat ‘de’ wetenschap met ‘de’ oplossing komt. Juist in een crisis waarin je heel veel niét weet, moet je dat open gooien. Het zou goed zijn als er ook nog iets vergelijkbaars als een ‘parlementaire enquête’ binnen de KNAW gehouden gaat worden.


Over mogelijke oplossingen:
Renske Leijten pleit voor inzet van referenda waarmee je als burger je eigen ‘critical thinking’ hoort te doen. Martijntje Smits twijfelt of dat tijdens corona had geholpen, mede omdat de media eenzijdig informeerden. Zij ziet een grotere rol voor lokale democratie, zoals vorige eeuw tijdens de Spaanse Griep gebeurde. En voor de burgemeesters die in het algemeen dichter bij de inwoners staan, hoewel je dan pech kunt hebben met iemand als Bruls.
Waar ze het over eens zijn is dat alles begint met een overheid die zich niet zo bemoeit met het leven van de burgers. En die kunnen we alleen zelf corrigeren; daar hebben we elkaar voor nodig.


Over misvattingen over rechtsstaat en grondrechten:
De rechtsstaat is er ter bescherming van de vrijheid van de burger; is dat wat de burger beschermt tegen de almacht van de staat. En niet om burgers tegen elkaar te beschermen, zoals ten onrechte vaak gedacht wordt. Denk aan het veelgehoorde misverstand over artikel 1 bijvoorbeeld. Dat gaat over discriminatie door de staat, terwijl er vaak gedacht wordt dat het om onderlinge discriminatie tussen burgers gaat – maar dat is iets van het Wetboek van Strafrecht. Dus het vraagt van ons als burgers ook om ons hierin te verdiepen (‘educate yourself’ wordt aan tafel gezegd).
Ook wordt onderstreept dat politieke grondrechten een andere plaats horen te hebben dan de sociale rechten (op bijvoorbeeld onderwijs en gezondheid), vanwege hun belang voor de democratie. Mona Keijzer wil nog het risico benadrukken van het zg. ‘voorzorgsbeginsel’ in wetgeving. Dit houdt in dat overheden en bedrijven maatregelen moeten nemen om risico’s voor mens, dier en milieu te voorkomen. Zodra er gegronde wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat een activiteit of product schadelijk kan zijn, mag worden ingegrepen, zelfs als het definitieve wetenschappelijke bewijs nog ontbreekt. Dit is in haar ogen een schaap in wolfskleren, want van alles kan als gevaarlijk worden gedefinieerd om daarmee ingrijpende maatregelen te legitimeren.


Deel 2 ‘Waarom was er geen ruimte voor tegengeluid?’ met Maurice de Hond, Armand Girbes en Jona Walk volgt komende week.