Waarom

Waarom de Vierde Golf?

Dat we vrij kunnen bewegen en spreken, danken we aan de grondrechten. Ze vormen het fundament van onze democratische rechtsstaat. Ze garanderen dat wij, alle burgers, in principe zeggenschap hebben over wat voor ons leven belangrijk is. En ook dat we daarover fundamenteel verschillende visies kunnen hebben. Ze maken mogelijk dat we de macht van markt, overheid en wetenschappen kunnen tegenspreken.

Tot half maart 2020 leek dat allemaal redelijk vanzelfsprekend voor velen van ons. We konden demonstreren en vergaderen wanneer we wilden. We konden elkaar in de publieke ruimte omarmen als we daar zin in hadden. We konden reizen, naar school, naar voetbalwedstrijden en concerten. Een feest geven of naar een begrafenis. We konden in vrijheid over ons lichaam beschikken en bepalen of we een medische behandeling al dan niet wilden ondergaan.  

Die rechtsstaat was niet perfect, zeker, en de democratie ook niet. Onder het ongemakkelijke huwelijk van liberale democratie en kapitalisme ging veel systematische ongelijkheid en uitsluiting schuil. 

Maar toen kwam corona.

Laat ons duidelijk zijn: corona is een naar en hardnekkig virus gebleken, veel mensen blijken vatbaar en het treft sommige groepen hard en zelfs dodelijk. Het staat buiten kijf dat zieken recht hebben op een goede gezondheidszorg en dat mensen met een grote kans op een zwaar ziekteverloop recht hebben op bescherming. En dat de overheid daarbij een belangrijke taak heeft. En dat deze ziekte ons allen voor lastige dilemma’s en keuzes stelt.

Ons zorgsysteem bleek niet pandemie-bestendig en moest worden ontlast. Dat leek het belangrijkste doel: het toegankelijk houden van ziekenhuizen voor zieken. Dat rechtvaardigde volgens de autoriteiten de opschorting van vrijheidsrechten.

Nood breekt wet, was de leidende gedachte. Daarbij redeneerden de autoriteiten vanuit het ‘niet-schaden-beginsel’, namelijk dat je iemands vrijheid mag beperken wanneer dat nodig is om te verhinderen dat die persoon anderen kan schaden.

De wetgever plaatste zo één vorm van veiligheid – beschermd worden tegen ernstige ziekte of dood middels een plek in het ziekenhuis – boven de liberale waarde van vrijheid. Zoals autoriteiten dat eerder deden bij de dreiging van terrorisme. Maar deze keer grepen de regels veel verder in op persoonlijke vrijheidsrechten.

Geleidelijk verschoof ook het discours over wát er precies beschermd moest worden: ging het aanvankelijk slechts over het vermijden van ziekenhuisopnames, later lag de nadruk op het vermijden van besmettingen. En dat leidde weer tot nieuwe maatregelen en opschorting van rechten. 

We hebben ervaren hoe de pandemie aanleiding werd voor een verregaand pakket aan steeds veranderende maatregelen. De ‘intelligente lockdown’, de anderhalve meter, de mondkapjesplicht, de coronawet, de sluiting van het onderwijs, de avondklok, de coronapas. De eenzame opsluiting van ouderen en kwetsbaren in de zorginstellingen, de sluiting van horeca, podia, musea en sportaccommodaties.

Het dringende advies geen bezoek te ontvangen. Maatregelen die stuk voor stuk diep ingrepen op rechten en vrijheden van vrijwel iedereen, van jong tot oud. Maatregelen waarvan vaak ook onduidelijk was of ze werkten zoals bedoeld. Of waarvan het doel zelf onduidelijk was. Of de noodzaak en proportionaliteit. 

Die proportionaliteit bleef grotendeels buiten beeld. De regels brachten stuk voor stuk ernstige nevengevolgen met zich mee die niet of nauwelijks werden meegewogen en een rol speelden in de besluitvorming. Stress , eenzaamheid, depressie, huiselijk geweld, kinderen met leerachterstanden, uitgestelde zorg voor niet-coronapatiënten, overgewicht, groeiende inkomensongelijkheid, inperking van het demonstratierecht, verlamming van kunstenaars, kunst en cultuur, hongersnood elders in de wereld, sluiting van grenzen voor vluchtelingen, faillissementen. Uitholling van de zwaarwegende spelregels van de spelregels van de rechtsstaat, uitholling van de sociale cohesie, toenemend wantrouwen jegens de overheid. Uitholling van onze onderlinge solidariteit uit naam van een van hogerhand opgelegde solidariteit – denk bijvoorbeeld aan het zondebokken van feestende jongeren, van niet-gevaccineerden, van demonstranten.

Al even zorgwekkend is de sterke maatschappelijke polarisatie, de opkomst van extreemrechtse partijen, de uitsluiting van kritische stemmen in wetenschap en in (sociale) media, diskwalificatie van zogenaamde ‘wappies’. En niet te vergeten: groeiende afhankelijkheid van bedrijven die medische en digitale middelen leveren – Big Pharma en Big Data. 

En nu? De grootste ziektepieken zijn in de zomer van 2021 achter de rug, de meeste mensen zijn gevaccineerd en daarmee deels beschermd. Maar het einde van de coronawet lijkt nog niet in zicht. Sterker nog: de meest controversiële maatregel van allemaal, de coronapas, werd ingevoerd toen de ziekte terug was op het niveau ‘Waakzaam’ van de routekaart van het Ministerie van VWS.   

We hebben gezien hoe deze ziekte, een complexe en nieuwe bedreiging waarover aanvankelijk bijna alles onzeker was, van een modelmatige duiding werd voorzien door een selecte, maar eenzijdig samengestelde groep deskundigen – het OMT. Dat vervolgens op basis van deze prognoses min of meer het beleid voorschreef. Een beleid dat onder invloed van de WHO in de meeste landen, enkele uitzonderingen daargelaten, via vergelijkbare lijnen werd uitgezet.

De crisis, zo was het heersende idee, kon van bovenaf worden worden ‘gemanaged’. Experts gaven de analyses en de oplossingen, bestuurders van nationale en lokale overheden stelden daaruit hun beleidspakketten samen. De autoriteiten suggereerden dat dit louter bestuurstechnische en geen politieke keuzes waren – het was immers crisis en er leek geen alternatief. 

We hoorden Herman Tjeenk Willink, Minister van Staat, nog in mei 2020 bij Buitenhof  zeggen dat in het geval van zo’n groot, complex vraagstuk je niet minder, maar juist méér democratie en democratische deliberatie nodig hebt. Maar we zagen we precies het omgekeerde.

Terwijl politiek gaat over het met elkaar afwegen van verschillende waarden, gaat management uit van eenduidige problemen en lineaire, technocratische oplossingen. Die managementbenadering, een vast onderdeel van de neoliberale ideologie, depolitiseert hier (en niet alleen hier) een complex vraagstuk waarin veel waarden en belangen geraakt worden.

Wie een alternatieve benadering suggereerde, ook wie dat respectvol en met zorgvuldige argumenten deed, werd vaak tot in de Tweede Kamer aan toe in allerijl gediskwalificeerd tot ‘wappie’, ‘sociaal-darwinist’ of eenvoudig tot ‘desinformant’ – een diskwalificatie die haaks staat op het democratische principe dat je een andersdenkende burger serieus neemt. 

Dat a-politieke idee – there is no alternative –  werd overgenomen door de meeste media en door de meeste politieke partijen. En door de meeste linkse partijen.

Dat heeft ons initiatiefnemers van De Vierde Golf, allen geworteld in politieke partijen van de linkervleugel, hogelijk verwonderd. Was dit de houding van progressieve partijen die pal staan voor emancipatie en het tegengaan van kansenongelijkheid en uitsluiting? Van partijen die solidair zijn met de benadeelden van de macht van markt en overheid? Die zich verzetten tegen repressie en die zich altijd hard maken voor burgerrechten, voor de stemmen van andersdenkenden en minderheden, voor de open samenleving en democratie?

Tot onze ontzetting hoorden we extreemrechtse partijen teksten uitslaan over de bescherming van mensenrechten, rechtsstaat en democratie, die we hadden verwacht uit de mond van linkse politici.  

De grote politieke dilemma’s die het coronabeleid oproept zijn niet of nauwelijks benoemd door de partijen waarop wij rekenden. Wij merkten hoe ze lijdzaam toezagen hoe de één na de andere controlerende en repressieve ingreep werd gedaan op de grondrechten van burgers. Zonder klip en klaar te benoemen dat er iets niet klopt wanneer een gezondheidscrisis niet leidt tot meer zorgpersoneel, meer bedden en preventieve geneeskunde, maar gepaard gaat met meer handhavers, hoge boetes, controles en coronapassen.   

We voelen ons politiek ontheemd. 

Waar blijft het linkse antwoord op de crisis? Want er is wel degelijk een  progressief en democratisch verhaal over de pandemie te vertellen. Een verhaal waarin ruimte is voor afweging van verschillende politieke waarden en belangen. Een verhaal waarin de crisis niet slechts door de ogen van een kleine groep deskundigen wordt geduid. Een verhaal waarin ook alternatieve benaderingen mogelijk zijn. Een verhaal waarin je niet alleen solidair bent met mensen die kwetsbaar zijn voor het virus, maar ook met de gedupeerden van het beleid. Een verbindend verhaal, waarin niemand wordt uitgesloten of tot zondebok gemaakt. Een verhaal waarin linkse beginselen het morele kompas vormen.